Raamomlijstingen

30-01-2018

De raamomlijstingen van het barokpaviljoen zijn in de loop van de voorbije eeuwen sterk geërodeerd. Het leek ons dan ook wenselijk deze te vervangen door nieuwe exemplaren in dezelfde steensoort. Onlangs is echter gebleken dat zij gekapt werden uit Ieperiaan, een kalksteensoort die zich onderscheidt door het massale voorkomen van een karakteristiek fossiel, nummulieten, en door de kleur van het patina. Nummulieten zijn kalkschalige, schijfvormige fossielen met een doormeter van enkele millimeters tot meer dan één centimeter. In dwarsdoorsnede lijken ze op rijstkorrels. Omdat de zogenaamde 'nummulietenbanken' in de steen harder en dus beter bestand zijn tegen erosie, vertonen heel wat bouwelementen in Ieperiaan een typisch, selectief verweringspatroon.

De zandlagen waarin de Ieperiaan-kalksteen gevormd werd, komen voor in een brede zone tussen Brussel (Anderlecht), Aalst, Oudenaarde, Ronse, Lessines en Edingen. Stelselmatige exploitatie van steengroeven kwam voor op de rechteroever van de Dendervallei tussen Geraardsbergen en Ninove, maar hier kwam al op het einde van de achttiende eeuw een einde aan. (In Ieper komt de steen niet voor: de benaming verwijst naar het geologische tijdperk.)

Ieperiaan is de voornaamste bouwsteen van de Dendervallei en de Vlaamse Ardennen in de zestiende en zeventiende eeuw. Ook in het Pajottenland werd hij vaak gebruikt.

Omdat er vandaag geen vervangsteen meer beschikbaar is met het karakteristieke uitzicht van Ieperiaan (behalve misschien de steen van Grandcourt, die voorkomt in de Gaumestreek en in Lotharingen), werd besloten om de bestaande raamomlijstingen te behouden. Momenteel wordt bekeken of het mogelijk is deze elementen te behoeden voor verder verval door hydrofoberen of hen vorstbestendig te maken.

Hieruit blijkt eens te meer dat restaureren een voortdurend afwegen is: wat bewaar je en wat dient vervangen te worden?

Foto copyright Studio Roma cvba