Wat een potscherf ons kan vertellen

12-12-2017

Onlangs werd bij de werken aan het barokpaviljoen een potscherf ontdekt met daarop de naam 'Félix' en een stukje van een fabriek met rokende schoorsteen. Het betreft een fragment van een mosterdpot, geproduceerd door Félix Potin, een Franse kruidenier die carrière maakte tijdens het Second Empire. Hij begon met een bescheiden kruidenierszaak in 1844. 'Ce n'était qu'une boutique au sens vulgaire du terme. La façade était flanquée de larges tonneaux contenant les pruneaux et les olives. Des chapelets de harengs saurs et le pain de sucre pendaient aux poutrelles du plancher. Les objets étaient enveloppés à la hâte dans des feuilles de papier grossier.'

Om zijn klanten te fideliseren verkocht hij bepaalde basisproducten als suiker en olie aan inkooprijs, terwijl hij hoge winstmarges had op luxueuzere goederen. Potin was een ambitieus man. Hij droomde van een zaak aan een van de nieuwe, door Haussmann gecreëerde boulevards. In 1860 kwam het zover en opende hij een winkel aan de Boulevard de Sébastopol, op de hoek van de Rue de Réaumur. Die werd enkele jaren later gevolgd door een tweede zaak aan de Boulevard Malesherbes.

Als snugger zakenman volgde Potin de snelle ontwikkeling van de spoorweg als nieuw vervoermiddel. Hierdoor kon hij zich direct gaan bevoorraden bij de producenten, waardoor hij de tussenschakel van de groothandelaars kon elimineren.

In 1861 startte hij met de bouw van een eigen fabriek op een terrein van 4.000 m² in la Villette. Hij ontwikkelde er een systeem om suikerklontjes te maken, in een tijd waarin men zich doorgaans nog behielp met het afhakken van brokken suiker van de zogenaamde 'pains de sucre', grote suikerkegels. Potin was ook koffiebrander, distilleerde likeuren, maakte groenteconserven en confituren en stond ook bekend voor zijn mosterd. Die laatste werd verkocht in keramische potten met een kurkdeksel.

Tijdens de oorlog van 1870 was voedsel schaars in Parijs. Potin weigerde daar misbruik van te maken en hield vast aan zijn lage prijzenpolitiek. Hij stelde 5.000 kg rijst ter beschikking van de nationale kantines, die overal opgericht werden om de honger te bestrijden en presteerde het zelfs om een olifant (Castor) te kopen in de Jardin d'Acclimatisation, die hij - in schijfjes versneden - aanbood in zijn kruidenierszaken.

Bij zijn dood in 1871 is La Maison Félix Potin een begrip en de belangrijkste kruideniersketen in Parijs. De zaak wordt verder geleid door zijn weduwe, die er onder meer Auguste Fauchon binnenhaalt.

Dat de mosterd van Potin in het Kasteel van Gaasbeek op tafel kwam, is niet zo verwonderlijk. Markiezin Arconati Visconti, die niet bepaald bekend stond voor haar gastronomische excessen maar eerder voor de inhoud van haar tafelgesprekken, importeerde wellicht heel wat eetwaren uit Parijs voor haar diners in het kasteel. Wat er precies geserveerd werd, weten we helaas niet, maar dat de Parijse mosterd als condiment op tafel verscheen is nu wel zeker.

En nu we het toch over de vroegere eetgewoontes hier op het kasteel hebben: tijdens het jachtseizoen werden er regelmatig ladingen in Gaasbeek geschoten wild per trein naar Parijs vervoerd - daarover vinden we in ons archief een aantal interessante documenten. Het culinaire verkeer verliep dus in beide richtingen ...